Brugklas
 

Het hoe en waarom van de Brugklas

Welke kinderen komen in aanmerking ?

Na het doorlopen van het kleuteronderwijs zijn er een aantal kinderen die ondanks een normale begaafdheid:

- niet schoolrijp zijn, problemen vertonen met de algemene leervoorwaarden of de specifieke lees- en/of rekenvoorwaarden.
- een algemene ontwikkelingsvertraging kennen
- om één of andere reden niet klaar zijn om de leerstof van het eerste leerjaar te starten.

Ouders staan op dat moment voor een moeilijke en ingrijpende beslissing in het leven van hun kind
Theoretisch hebben ze de keuze tussen drie mogelijkheden:

1) Tegen het advies van het CLB en andere hulpverleners in, toch kiezen voor een start in het eerste leerjaar. Het verleden  heeft aangetoond dat een groot deel van deze kinderen dreigt te verdrinken in de klasgroep, dat ze voortdurend op hun tenen moeten lopen en de strijd uiteindelijk toch opgeven en dat sommige kinderen agressief en andere weer stil en faalangstig worden.
Deze kinderen komen na verloop van tijd dan toch wel in Buitengewoon onderwijs terecht maar hebben op dat ogenblik te kampen met een gehavende persoonlijkheid en een leerstofprofiel met heel veel tekorten.

2) De derde kleuterklas overdoen en een jaartje "rijper" worden. Deze optie is minder frustrerend voor het kind in kwestie maar biedt misschien toch te weinig uitdagingen. Onderzoek heeft tevens aangetoond dat in 80 % van de gevallen het overdoen van de derde kleuterklas niet het verwachte resultaat opleverde.

3) Kiezen voor één jaar brugklas waar niet-schoolrijpe kinderen specifieke en gerichte begeleiding ontvangen, individueel of in kleine groepjes, opdat ze na verloop van dat jaar met succes aan het daadwerkelijke lezen, rekenen en schrijven, aan het eerste leerjaar kunnen beginnen, alhoewel de overgang naar het 1ste leerjaar niet evident is.

Wat maakt de brugklas in het buitengewoon onderwijs zo bijzonder? Waarin verschilt de werking met die in het gewoon lager of kleuteronderwijs?

In de brugklas kunnen we vertrekken vanuit het kind met zijn specifieke persoonlijkheid en specifieke problemen.

Tijdens de twee eerste weken van september trachten we d.m.v. een aantal onderzoeken vanuit de diverse disciplines een zo volledig mogelijk beeld te bekomen omtrent het functioneren van het kind.

Op basis van de gegevens van het CLB, de onderzoeksresultaten van de school m.b.t. lees-, reken- en schrijfvoorwaarden en de bevindingen van de klastitularis in verband met het concentratievermogen, de leerhouding, het werktempo en het vermogen om zelfstandig te werken, worden de kinderen in niveaugroepen verdeeld

Dat vormt nu net één van de sterke punten van het systeem. Door de kinderen per niveau samen te brengen, worden de ene niet geremd en anderen niet overvraagd. Op die manier kunnen we werken in de zone van naaste ontwikkeling, kunnen we hun "haalbare" uitdagingen aanbieden zodat ze succeservaringen opdoen en een geloof in eigen kunnen opbouwen.

Naast deze succeservaringen hebben de kinderen - vooral de faalangstigen - nood aan aandacht en affectie ongeacht hun presteren, maar omwille van wie ze werkelijk zijn. Ze voelen zich ge(her)waardeerd en durven dan vanuit een fundamentele bestaanszekerheid de confrontatie aan met de aangeboden leerstof.

Om kinderen zo optimaal mogelijk te begeleiden is er naast het werken in niveaugroepen behoefte aan specifieke en gerichte hulp geboden door een team van hulpverleners.

Naast het klasgebeuren om krijgen de kinderen van de brugklas elke week nog:

- auditieve en of visuele training door een logopediste.
- taalactivering door een logopediste.
- psychomotorische training door een kinesist(e) .

Indien nodig ontvangen ze daarbuiten nog individuele kiné-, psychomotorische en specifieke logopedische begeleiding op school. Allochtone kinderen krijgen extra taalstimulering.

Er is een nauwe samenwerking tussen de klastitularis, de logopediste, de kinesist(e) en de blio.

Zowel bij de logopedist als in de klas leren de kinderen zinnen gebruiken, dat die zinnen opgebouwd zijn uit woorden die op hun beurt weer bestaan uit klanken (objectivatie). Ze leren losse klanken samenvoegen tot een woord (synthese) en woorden opsplitsen in hun klanken (analyse).

Ze ontdekken ook dat de volgorde van de klanken belangrijk is (sequentieel klankgeheugen) en dat verscheidene klanken sterk op mekaar gelijken maar toch niet helemaal hetzelfde zijn (discriminatie).

Bij de klastitularis leren de kinderen de specifieke begrippen, gebruikt in het leesonderwijs, ontdekken ze gelijkenissen en verschillen in schriftbeelden van woorden en letters, worden letters aangebracht en leren ze woorden en zinnen daadwerkelijk lezen en schrijven.

De overige uren worden besteed aan taalactivering en aan het trainen van de reken-voorwaarden. De hoofddoelstelling van de taalactivering is het bevorderen van de spraak- en taalontwikkeling. Op een speelse wijze worden woorden aangebracht, zinnen uitgebreid, mentale relaties gelegd en verwoord.

Wat rekenen betreft leren de kinderen omgaan met hoeveelheden, deze vergelijken, ze leren ordenen, classificeren en tellen. Zodra de rekenvoorwaarden verworven zijn wordt er gestart met aanvankelijk rekenen, bewerkingen, leren splitsen van hoeveelheden, ...

De klastitularis wordt bijgestaan door de blio (bijzondere leerkracht individueel onderwijs.
Gedurende de resterende uren blijven de kinderen in principe met de volledige klasgroep samen voor een aantal algemene vakken (leervoorwaarden, W.O., schrijven, verkeer, catechese), voor turnen, zang en knutselen. Op die momenten vinden er nog wel individuele therapieën plaats: taaltraining voor allochtonen, specifieke logopedische begeleiding (taaltherapie, articulatie, stemtherapie, stotteren,...) en psychomotorische begeleiding.

Het doel van de kiné-psychomotorische begeleiding in de brugklas is via bewegingslesjes (individueel of in groepjes) de basisfuncties aan te leren die het kind nodig heeft om te komen tot lezen, rekenen en schrijven. Concreet:

- lichaamsbesef en beheersing
- ordenen in de tijd: gelijktijdigheid , volgorde duur
- ordenen in de ruimte: richting, afstand, positie
- voorbereidende en specifieke schrijftraining

Maar al te vaak zien we bij 6-jarigen omkeringsfouten, beginnen aan de rechterkant van het blad (linksgerichte kinderen), verloren lopen op een werkblad...
Vanuit diverse invalshoeken trachten we de kinderen op hun niveau "kritische" oefeningen op een kindvriendelijk en speelse manier aan te bieden, zodat ze spelend leren.

Evaluatie

Op het einde van het schooljaar worden de brugklassers getest op hun schoolrijpheid, hun intelligentie en hun schoolse vorderingen.
De klassenraad (= alle personeelsleden die met het kind gewerkt hebben + het CLB) geeft de ouders een advies voor verder onderwijs.

Na één jaar brugklas verwachten we dat de kinderen het eerste leerjaar vol vertrouwen en met succes kunnen doorlopen, hetzij in het buitengewoon lager onderwijs (BLO), hetzij in het gewoon lager onderwijs (GLO).

We hopen ieder jaar zoveel mogelijk leerlingen van de brugklas te reïntegreren in het eerste leerjaar van het GLO. Om de reïntegratie te bevorderen kunnen deze leerlingen (indien nodig) in het eerste leerjaar van het GLO nog twee uren per week begeleid worden door een leerkracht uit het BLO. Dit heet GON: geïntegreerd onderwijs. Deze extra begeleiding kan slechts ingericht worden op advies van de klassenraad voor kinderen die 10 maanden in het BLO verbleven hebben.

Brugklas - speelleerklas

Zoals boven beschreven is de brugklas voor type 8 leerlingen: dit zijn gemiddeld-begaafde leerlingen (IQ meer dan 85) die niet schoolrijp zijn.
De speelleerklas is voor type 1 leerlingen: dit zijn leerlingen met verminderde begaafdheid (IQ minder dan 85).